28 april 1972

 Tenslotte zijn we toch het zeegat uit! De maanden van voorbereiding en weken van afscheid nemen is, wat zo lang onwerkelijk scheen toch langzaam begonnen werkelijkheid te worden.

Vanmorgen zaten we nog aan onze eigen eettafel. Nou ja, eigen. In ieder geval waren we in de anderhalve maand dat we nu getrouwd zijn, gewend geraakt om aan die tafel, in het huis van Peter, de broer van Marga, en zijn vrouw Dorothé, te ontbijten. Maar deze avond zitten we met zilveren scheepsbestek aan de zalm, een uitstekende groentesoep en carbonade, terwijl het schip ons door het Noordzeekanaal voert.

Marga's vader, mijn schoonpa dus, deed ons uitgeleide vanaf de kade in Amsterdam. Mijn vader had al eerder afscheid genomen. Hij had een half uurtje extra lang zijn banden met het Philipsconcern weten te verbreken om ons in Eindhoven op de trein te kunnen zetten.

Om twee uur 's middags, we hadden nog niet eens gegeten, betraden we al het schip met de hoopgevende naam "de Marathon", die ons naar Suriname zou brengen. We inspecteerden de kajuit, die de komende 10 dagen ons verblijf zou zijn. Zag er netjes uit. Heel wat beter dan de rest van het schip. De Marathon is namelijk een vrachtschip met een beperkte accommodatie voor passagiers. En het vrachtgedeelte maakte, tenminste voor onze lekenogen een nogal slordige indruk.




Samen met Pa van de Bilt bekeken we het schip. En onder het genot van een flesje pils en een borreltje zagen we hoe het schip beladen werd.

Even na vijf namen we afscheid van (schoon-) Pa en werd de loopplank weggehaald en de trossen gelost. Half zes, na een paar flinke stoten op de stoomfluit, maakte het schip zich los van de kade. Nog een tijdlang zwaaiden we naar de steeds kleiner wordende figuurtjes op de kade. Maar spoedig werden ze aan het oog onttrokken. We varen vanuit Amsterdam door het Noordzeekanaal. Liggen een tijd in de sluis van Ijmuiden en kijken naar de dampende hoogovens. Pas kwart voor negen zien we de vuurtoren van Ijmuiden en de laatste reepjes Nederland, gemarkeerd door allerlei lichtjes. Meteen verandert het gedrag van het schip. Het begint al gauw allerlei merkwaardige bewegingen te maken, waarop wij landrotten niet bedacht zijn.

Samen met een ander jong echtpaar, Hans en Greet van Wijhe, hij ook een pas afgestudeerde Ingenieur die in dienst komt bij mijn nieuwe werkgever de LTT ('s Lands Telegraaf en Telefoonbedrijf) vormen we de enige passagiers aan boord. Tenminste de enige officiële passagiers. Verder is er een 26 koppige bemanning: De kapitein, 1e, 2e en 3e stuurman, een hofmeester, een kok, machinepersoneel, radiotelegrafist, matrozen) Daarnaast hebben de 2e en 3e stuurman hun echtgenoten meegebracht aan boord. Bij vertrek zagen we dat er nog gauw twee tweepersoons matrassen aan boord gehesen werden.

Onze hut is vrij genoeglijk ingericht. We hebben de beschikking over eigen douche en toilet. Voor ieder een eigen wasbak. En ieder een eigen bed. Uit veiligheidsoverwegingen zijn de bedden gescheiden van elkaar door een grote toilettafel, voorzien van een driedelige spiegel.

Reacties

Populaire posts van deze blog

29 april 1972 Marga jarig

Maandag 1 mei 1972