Posts

Posts uit januari, 2022 tonen

Maandag 8 mei 1972

 De zeereis nadert zijn einde. Als alles goed gaat zijn we morgenmiddag in de buurt van Paramaribo. Mocht het later worden, zodat we na het invallen van de duisternis, wat in Suriname als rond zes uur pleegt te gebeuren, voor de monding van de Surinamerivier aankomen, dan zullen we ook de nacht van dinsdag op woensdag nog op zee doorbrengen. De Surinaamse loodsen, die ons schip langs de ondiepten en zandbanken in de rivier moeten geleiden zijn namelijk in staking. En om zonder loods 's nachts de rivier op te varen is zonder meer waaghalzerij. Gisteren zagen we voor het eerst van ons leven vliegende vissen. Het was eerst wat moeilijk om ze te zien. Ze zijn vrij klein. Een klein soort haring. En ze scheren vrij laag over het water. Maar naar mate je beter weet waar je naar moet kijken, zie je ze steeds meer. Soms duiken ze met hele scholen tegelijk uit de golven op, zweven een tiental meters over de golftoppen, verdwijnen onder het wateroppervlak om even later, een eind verder weer o...

Vrijdag 5 mei 1972

 Er is de afgelopen paar dagen weinig vermeldenswaard gebeurd. We zijn de Azoren gepasseerd, zonder dat we daar een spoor van te zien kregen. Het weer is steeds beter geworden. De zee steeds rustiger. We zijn vrijwel de hele dag op het achterdek te vinden. Over een gedeelte van het dek is een groot zeil gespannen, zodat we niet constant in de zon hoeven te zitten. Een groot aantal technische wonderen werden ons door de tweede stuurman voorgetoverd: De radarinstallatie, waarop alleen golfjes te zien waren van een verder verlaten oceaan. (bereik maximaal 48 kilometer). De slingerruit. Een snel ronddraaiende plaat glas, die bij slecht weer er voor zorgt dat elk erop vallend regendruppeltje wordt weggeslingerd, waardoor goed zicht blijft gewaarborgd. De motorbediening met de scheepstelegraaf. De automatische stuurinrichting. De seininstallatie en de scheepstelefoon. We krijgen de zeekaarten te zien en de weerkaart. De stuurman vertelde, dat er elke zes uur op het schip een weerkaart wo...

Dinsdag 2 mei

 Zoals gebruikelijk wekte Antonio, de altijd opgewekte en vreselijk attente salonbediende, ons om half acht met een klop op de deur om ons de thee aan te reiken. Deze keer was Marga er als eerste uit om hem binnen te laten. Toen ik mijn ogen open deed stond hij al midden in de hut en verkondigde in zijn grappige Nederlands dat de zee veel rustiger was geworden. Ik had daar niet zo'n erg in. Ik rolde nog net zo in mijn bed op en neer als de vorige dag. Ongetwijfeld heeft Antonio het drukste leven hier aan boord. De hele godsganselijke dag is hij in de weer. Zoals gezegd brengt hij ons om half acht 's morgens de thee op bed. Om half negen serveert hij het ontbijt. Als passagiers zitten we met zijn vieren aan een apart tafeltje in de eetzaal voor de officieren. De tafels zijn keurig gedekt. Midden op tafel staat een verzameling peperbusjes, zoutvaatjes en aromaflesjes samengebonden met een servet om te verhinderen dat bij enige deining de boel tegen de grond gaat. Daartussen prijk...

Maandag 1 mei 1972

 Behalve dat het schip wat harder schommelt dan eerder, is er weinig nieuws te vertellen. Het weer houdt zich, voor de Golf van Biskaje, uitstekend. Onze buurman, die zich door zijn vrouw "Hans" laat noemen, hij zal zowat net zo oud zijn als ik, maar al behoorlijk te kalen, heeft op zijn draagbare radio een goede ontvangst van allerlei Spaanse zenders. Door matrozen wordt hard gewerkt aan de constructie van een zwembad. Een houten kist van zo'n anderhalve meter hoog en een oppervlak van een tiental vierkante meters, die opgesteld staat op het achterdek. Die moet over enkele dagen, als we de Azoren gepasseerd zijn in gebruik kunnen worden genomen. 's Avonds wordt door de hofmeester een bandje gedraaid met cabaret. Toon Hermans met zijn "galabal", (welke Marga waarschijnlijk als enige van de Nederlandse samenleving nog nooit had gehoord) en Fons Janssen beheersten tot na tienen de Rookkamer. De verschillende stuurlui met hun dames, de machinisten en zelfs de k...

Zondag 30 april 1972

 We beginnen langzaam aan de deining te wennen en zijn niet meer verplicht de dag liggend in de kooi door te brengen. Zoals gisteren, om het eten binnen te houden. We hebben zelfs bijna de hele morgen op het achterdek doorgebracht in de volle zon. Het was wel een beetje winderig. Op zee, nog steeds in het Kanaal, bleek het een drukte van belang. Op zeker moment telden we 14 schepen, die we tegelijk konden waarnemen. Onze buurman van hut 4 kreeg het toch nog even te kwaad met zijn maag, ook al zat hij met zijn neus in de frisse lucht. Enkele ogenblikken nadat hij zich naar binnen had gerept om op bed de zaak beter onder controle te kunnen houden, zagen we aan bakboord een streepje land. Navraag die avond bij de kapitein leerde dat dat het eiland Quessant was geweest, dat voor de Franse kust de ingang van de Golf van Biskaje markeert. Het zou het laatste stukje land zijn dat we zouden zien voor onze aankomst bij Suriname. De avond brachten we al Monopoly spelend door: De hofmeester, ...

29 april 1972 Marga jarig

 29 april Marga jarig! Het duurde enige tijd vanmorgen, voor het tot me doordrong. Door het voortdurend geschommel van de boot, was dit belangrijke feit in mijn hersens naar de achtergrond gedrongen. Het was ook niet wat je noemt een stralende verjaardag. De lucht was loodgrijs en behoorlijk onstuimig. Dat had volgens de kapitein alles te maken met de zuidwesten wind, die recht het Kanaal in blies, terwijl de getijstroom juist de andere kant in stond. Het eerste lichtpuntje van die dag was het radiotelegram dat de hofmeester aan Marga kwam overhandigde en waarin Marga door de familie van der Sommen werd gefeliciteerd met haar verjaardag. Behalve bij de maaltijden, die we zittend in de eetzaal verorberden, brachten we de dag liggend in onze bedden door omdat je op die manier het beste tegen de opkomende zeeziekte kon vechten. 's Morgens kwart over elven werd een proefalarm gegeven: zeven korte stoten gevolgd door een lange stoot afgegeven op de scheepshoorn. Zoals ons tevoren door A...

28 april 1972

Afbeelding
 Tenslotte zijn we toch het zeegat uit! De maanden van voorbereiding en weken van afscheid nemen is, wat zo lang onwerkelijk scheen toch langzaam begonnen werkelijkheid te worden. Vanmorgen zaten we nog aan onze eigen eettafel. Nou ja, eigen. In ieder geval waren we in de anderhalve maand dat we nu getrouwd zijn, gewend geraakt om aan die tafel, in het huis van Peter, de broer van Marga, en zijn vrouw Dorothé, te ontbijten. Maar deze avond zitten we met zilveren scheepsbestek aan de zalm, een uitstekende groentesoep en carbonade, terwijl het schip ons door het Noordzeekanaal voert. Marga's vader, mijn schoonpa dus, deed ons uitgeleide vanaf de kade in Amsterdam. Mijn vader had al eerder afscheid genomen. Hij had een half uurtje extra lang zijn banden met het Philipsconcern weten te verbreken om ons in Eindhoven op de trein te kunnen zetten. Om twee uur 's middags, we hadden nog niet eens gegeten, betraden we al het schip met de hoopgevende naam "de Marathon", die ons ...