Zondag 30 april 1972
We beginnen langzaam aan de deining te wennen en zijn niet meer verplicht de dag liggend in de kooi door te brengen. Zoals gisteren, om het eten binnen te houden. We hebben zelfs bijna de hele morgen op het achterdek doorgebracht in de volle zon. Het was wel een beetje winderig.
Op zee, nog steeds in het Kanaal, bleek het een drukte van belang. Op zeker moment telden we 14 schepen, die we tegelijk konden waarnemen. Onze buurman van hut 4 kreeg het toch nog even te kwaad met zijn maag, ook al zat hij met zijn neus in de frisse lucht. Enkele ogenblikken nadat hij zich naar binnen had gerept om op bed de zaak beter onder controle te kunnen houden, zagen we aan bakboord een streepje land. Navraag die avond bij de kapitein leerde dat dat het eiland Quessant was geweest, dat voor de Franse kust de ingang van de Golf van Biskaje markeert. Het zou het laatste stukje land zijn dat we zouden zien voor onze aankomst bij Suriname.
De avond brachten we al Monopoly spelend door: De hofmeester, Marga, Greet van de buren, en mijn persoontje. Marga viel als laatste af. Om de hofmeester te laten winnen.
Reacties
Een reactie posten