Maandag 8 mei 1972

 De zeereis nadert zijn einde. Als alles goed gaat zijn we morgenmiddag in de buurt van Paramaribo. Mocht het later worden, zodat we na het invallen van de duisternis, wat in Suriname als rond zes uur pleegt te gebeuren, voor de monding van de Surinamerivier aankomen, dan zullen we ook de nacht van dinsdag op woensdag nog op zee doorbrengen. De Surinaamse loodsen, die ons schip langs de ondiepten en zandbanken in de rivier moeten geleiden zijn namelijk in staking. En om zonder loods 's nachts de rivier op te varen is zonder meer waaghalzerij.

Gisteren zagen we voor het eerst van ons leven vliegende vissen. Het was eerst wat moeilijk om ze te zien. Ze zijn vrij klein. Een klein soort haring. En ze scheren vrij laag over het water. Maar naar mate je beter weet waar je naar moet kijken, zie je ze steeds meer. Soms duiken ze met hele scholen tegelijk uit de golven op, zweven een tiental meters over de golftoppen, verdwijnen onder het wateroppervlak om even later, een eind verder weer op te duiken. Vanmorgen, toen ik even voor het eten een luchtje ging scheppen op het achterdek, kwam de scheepstimmerman op me af met zo'n vis in zijn hand. Vol trots toonde hij me het vissenlijkje. Waarschijnlijk had het schepseltje zich te hoog boven de golven gewaagd en was het zo op het dek terecht gekomen. Het diertje zal zo'n vijftien a twintig centimeter lang zijn geweest. Het had een donkerblauwe rug en een grijze buik. Het uitzonderlijk aan hem/haar waren de kieuwvinnen, die wel tien centimeter lang waren. Die vinnen, liet de timmerman zien, kunnen als een waaier, helemaal uitgevouwen worden, tot prachtige vliesdunne vleugeltjes, die de vis omtoveren in een klein zweefvliegtuigje. Toen ik het beestje goed bekeken had, stopte de timmerman het in zijn achterzak. "Die gaan we straks eens lekker bakken" zei hij terwijl hij de trap naar het sloependek op ging.

Vandaag zijn we ook uit het gebied van radiostilte gekomen, waarin we enkele dagen verkeerd hebben. Vanaf afgelopen donderdag was er overdag op de radio geen station te ontvangen. Noch op de kortegolf als op de middengolf. 's Avonds was er met een grote antenne nog wel iets te horen. Soms kwam radio Veronica of Hilversum 3 nog even door. Maar vanmorgen werd de algehele stilte op de middengolf doorbroken door Radio Paramaribo. Het klonk als een soort welkomstgroet uit het land, dat de komende drie jaar ons vaderland zou worden.

Reacties

Populaire posts van deze blog

28 april 1972

29 april 1972 Marga jarig

Maandag 1 mei 1972